De aanname die niet hielp: zes maanden later
Zes maanden na een aanname tegen de drukte, maand voor maand: waarom het even druk bleef, en waarom het probleem nooit de handen was.
28 augustus 2026 · Jeffrey · 4 min lezen
Ook als podcast, aflevering 005Luister de aflevering · 8:38Luister op Spotify
Een machinebouwer van veertig man. Het bedrijf bestaat niet; wat volgt is hoe het typisch loopt, per maand. In het voorjaar staat de werkvoorbereiding drie weken achter. Offertes gaan te laat de deur uit, monteurs wachten op materiaal, en de eigenaar hoort in elk gesprek hetzelfde woord: druk. Er komt iemand bij.
Maand één: de vacature
De vacature staat zes weken open. Geen uitzondering: in het werkgeversonderzoek van UWV over 2025 noemen werkgevers 45 procent van hun vacatures moeilijk vervulbaar, in de bouw en techniek het vaakst, en 52 procent zegt daarom vaker iemand aan te nemen die nog opgeleid moet worden. Zo gaat het hier ook: de nieuwe collega kent het vak, niet het bedrijf.
Maand twee: inwerken
De eerste weken kost de nieuwe collega tijd in plaats van dat hij die oplevert. Waar staan de prijslijsten, welke leverancier voor welk merk, wie tekent boven een bepaald bedrag. Die vragen landen bij de ene ervaren werkvoorbereider die het al te druk had. Frederick Brooks beschreef dit in 1975 voor softwareprojecten: mensen toevoegen aan werk dat achterloopt maakt het eerst later, omdat inwerken tijd kost van precies degenen die geen tijd hebben, en omdat elke extra persoon extra afstemming vraagt. Dat geldt niet alleen voor software.
Maand drie: het lijkt te helpen
De achterstand slinkt iets. De nieuwe collega maakt nu zelf offertes voor het eenvoudige werk, en de eigenaar concludeert dat de aanname goed was. Wat niemand ziet: de offertes gaan sneller de deur uit, maar de orders erachter niet. Elke order moet nog steeds langs dezelfde ene persoon voor de technische controle en de bestelling. Daar stond hij al drie weken in de rij, en daar staat hij nog.
Maand vier: het stapelt weer op
Het aantal aanvragen is niet veranderd; ze komen alleen sneller bij de flessenhals aan. De rekenregel hiervoor is oud: het gemiddelde aantal dingen dat ligt te wachten is het tempo waarin ze binnenkomen maal de tijd die ze wachten. John Little bewees dat in 1961, en het maakt niet uit of het om auto's bij een tolpoort gaat of om orders bij een werkvoorbereider. Er komt niet minder binnen, en de flessenhals doet er niet meer per dag. Dan kan een extra persoon vóór die flessenhals de doorlooptijd niet korter maken. De stapel verhuist alleen.
Maand vijf: de nieuwe collega wacht
Nu zit de nieuwe collega een deel van de dag te wachten. Zijn offertes liggen bij de controle, zijn vragen bij dezelfde persoon. Hij pakt er klusjes bij om nuttig te zijn, en die klusjes leveren weer vragen op. Het eenvoudigste wachtrijmodel, één persoon en werk dat onregelmatig binnenkomt, heeft daar een regel voor: de wachttijd is de bezetting gedeeld door wat er nog over is. Bij negentig procent is dat negen keer de behandeltijd; bij vijfennegentig procent negentien keer. De ervaren werkvoorbereider zat al aan de bovenkant van die schaal, en zijn bezetting is niet lager geworden van een collega naast hem.
Maand zes: het functioneringsgesprek
In het gesprek zegt de nieuwe collega wat hij al twee maanden denkt: dat hij vooral wacht. Op een controle, op een bestelling, op een antwoord. Geen klacht over het werk; hij vraagt zich af waarom hij het niet af mag maken.
Dat is de zin die de eigenaar meeneemt. U nam iemand aan tegen de drukte, en zes maanden later is het even druk. Het probleem was nooit de handen. Het was de ene plek waar alles langs moest, en die plek is niet verruimd door er iemand naast te zetten. De vraag die overblijft is welke stap niet verdubbelt door een extra persoon, en wat daar wél helpt: een controle die niet meer voor elke order nodig is, of een collega die de bevoegdheid krijgt in plaats van alleen het werk. Hoe zo'n stap er van dichtbij uitziet staat in wat er van het werk overblijft; wat er typisch in zo'n rij ligt, op voorbeelden.
Volgens CBS stonden er in het tweede kwartaal van 2026 nog 95 vacatures tegenover elke 100 werklozen, tegen 142 op de piek in 2022. Wie nu iemand vindt, kan het zich niet veroorloven dat die een half jaar later staat te wachten.
- Frederick P. Brooks, The Mythical Man-Month: Essays on Software Engineering (Addison-Wesley, 1975)
- Wikipedia, Brooks's law
- John D. C. Little, Little's Law as Viewed on Its 50th Anniversary, Operations Research 59(3), 2011
- Ward Whitt (Columbia University), Notes on Little's Law, IEOR 4615
- Richard E. Newman (University of Florida), Elementary Queuing Theory Notes
- CBS, Werkloosheid gedaald in tweede kwartaal 2026
- UWV, Werkgeversonderzoek 2025: Daling moeilijk vervulbare vacatures
- UWV, Werkgevers leiden vaker nieuw personeel op vanwege krappe arbeidsmarkt
Begin met één proces
Vertel welk werk bij u het vaakst wordt overgetypt. Blijkt automatiseren daar geen goed idee, dan hoort u dat in het eerste gesprek – vóór er een factuur is.
Kennismaking is gratis en vrijblijvend. Wilt u het onderbouwd? Dan is de Automation Check €295 – verrekend als u binnen 30 dagen laat bouwen.